Démarche artistique
In een kasteel met een grote collectie oude wandtapijten, mondiaal bekende kunstwerken en tuinen, en na de gebrandschilderde ramen van Sarkis en de op het behang van de gastenkamers van de Prinses De Broglie geïnspireerde 'Fleurs fantômes' van Gabriel Orozco, lag het voor de hand om een kunstenaar te vragen die de kunstvorm die alle mogelijkheden en schoonheid van de natuur benut tot een hoogtepunt bracht.
Sheila Hicks maakt met een verbazingwekkend talent gebruik van draad, vezels en hun kleuren, zoals een schilder zijn pigmenten gebruikt. Elke creatie is voor haar als een reis, een ontdekkingstocht die begint met prachtige gekleurde volumes en monumentale touwwerken in een enorme variëteit aan natuurlijke en synthetische vezels, haar permanente reisgenoten, waarmee ze eindeloos poëtische werelden uitdenkt.
Zowel de monumentale installaties als de geraffineerde collages en weefsels van wol of linnen houden verband met de kleurenkennis van deze virtuoze kunstenares, met een enorme kennis van alle technieken voor het verwerken van textieldraad, opgedaan op de meest bijzondere plaatsen tijdens haar talloze ontdekkingsreizen.
VAN LIJN TOT KUNSTWERK
'Chaumont-sur-Loire is voor mij een bijzondere plek, als een toevluchtsoord, een ruimte waar ik een grote creatieve vrijheid heb.
De Galerie du Fenil (galerie in de hooischuur) is een ongebruikelijke ruimte, een gebouw dat mij onmiddellijk inspireerde. Ik vatte meteen het idee op om de voederbakken in de stal te gebruiken, waar in de tijd van prinses De Broglie de kalveren werden gevoederd, en hier een accumulatie van balen met natuurlijke pigmenten te deponeren, die immers het voedsel en de basis vormen voor de kunstwerken die aan de muren en in de ruimte geïnstalleerd zijn.
De 'Satellites' aan de wanden doen denken aan sterrenstelsels, van een interstellaire, interplanetaire tuin.
Het oude, grijze, door de tijd gepatineerde beton van de galerie gaat een vruchtbare dialoog aan met de oneindig diepe kleuren van de vezels.
Op dit landgoed waar de natuur een centrale rol speelt, gebruik ik voor het eerst natuurlijke elementen, takken, twijgjes en takkenbossen, die zich mengen met de touwen en pigmenten. Ik wilde de natuur samenbrengen met de vezels en draden die de kern van mijn werk vormen.
Deze elementen zijn gecombineerd met een centraal, met de hand in Guatemala geweven paneel, als een weelderig landschap van intense primaire kleuren, en met deze gele en gouden stroom die ons als een hemelse waterval rust en vrede brengt.
Het werk kreeg de titel 'GLOSSOLALIA', afgeleid van glossolalie, het spreken in een mysterieuze, onbegrijpelijke taal, zoals de tekens die de muren van de galerie vullen: iedereen mag deze reële of verzonnen talen interpreteren, Sanskriet, stenografie... of misschien wel de taal van de engelen.
Hoewel bepaalde elementen uit mijn gebruikelijke beeldtaal terugkomen, is het werk dat ik in Chaumont-sur-Loire heb gecreëerd uniek. Ik heb altijd inspiratie geput uit mijn weigering om dingen te herhalen, het verlangen om nooit twee keer hetzelfde te maken. Ik streef naar een doorlopende uitvinding, dingen creëren die nog niet bestaan.
Een van de redenen voor dit doorlopend streven naar vernieuwing is te vinden in de tegenstrijdige werelden uit mijn jeugd: die van de 'general store' die mijn grootvader van moeders kant in de stad had, waar ik altijd een enorme keuze had, en de veel eenvoudigere wereld van de boerderij van mijn grootmoeder van vaders kant, Ida, waar we alles uit niets moesten maken, zelf moesten verzinnen. Deze tegengestelde invloeden vormen de kern van mijn eeuwige obsessie om iets nieuws te creëren.
Ik houd ervan kleuren te creëren die niet in de natuur bestaan. Ik ben doorlopend op zoek naar nieuwe ontdekkingen, nieuwe uitvindingen. De gekleurde satellieten aan de muren zitten dan ook vol verrassingen en verbazingwekkende elementen.
Voor mij kunnen alle kleuren worden gecombineerd. Het is afhankelijk van hoeveel verschillende lagen het materiaal bevat, van de hoeveelheid licht en de intensiteit van de schaduwen van de kleurvezels, de opgespannen of ineengevlochten zijden of linnen draden, die de kunstwerken aanwezig maken.
Van kleuren gaat energie, een spirituele kracht, een rustgevend gevoel uit.
Kleuren brengen zonder twijfel pure emoties teweeg; ze spreken direct tot de ziel.' Sheila Hicks
BIOGRAFISCHE GEGEVENS
Sheila HICKS
VERENIGDE STATEN
Sheila Hicks au Domaine de Chaumont-sur-Loire, 2017 - © Éric Sander
Sheila Hicks besluit in 1964 om in Parijs te gaan wonen en daar haar atelier te vestigen. Ze werd in 1934 in de staat Nebraska geboren en kreeg op de Yale School of Art and Architecture les van Josef Albers en George Kubler. Ze reist meerdere malen naar Zuid-Amerika en brengt vijf jaar in Mexico door. Haar Parijse atelier maakt ze tot het levendige centrum van haar open werk, waarin draden en stoffen uiting geven aan een 'internationale taal', tastbaar, voelbaar en intuïtief. Creatie is voor Hicks een doorlopend proces dat nooit ophoudt, gevoed met voor haar beslissende ontmoetingen en gesprekken, met de culturen en technieken die ze bestudeerde, met de architecturale omgeving waarin ze haar installaties plaatst.
Vanaf de jaren 1960 werkt Sheila Hicks aan een oeuvre dat een evenwichtspunt vindt op de grens tussen toegepaste kunst en hedendaagse kunst. In 2016 neemt ze deel aan de 20e biënnale van Sydney, aan het Glasgow International Festival en het Weaving & We-2nd Triennial of Fiber Art in Hangzhou. Hetzelfde jaar organiseert het Joslyn Art Museum in Omaha (Nebraska) een overzichtstentoonstelling van haar werk, getiteld 'Sheila Hicks: Material Voices'. In Frankrijk exposeert ze in 2014 in het Palais de Tokyo (Parijs) en het Consortium (Dijon) en in het buitenland tijdens de 30e biënnale van São Paulo in 2012, de Biënnale van Whitney (New York) in 2014 en in de Hayward Gallery (Londen) in 2015.
Voor 2017 is ze gevraagd voor de Biënnale van Venetië en voor 2018 door het Centre Pompidou.