Démarche artistique
Ons kasteel herbergt al een bijzondere verzameling oude tapijten en daarnaast de “fleurs fantômes” van Gabriel Orozco, geïnspireerd op het behangpatroon van de de gastenkamers van de Prinses van Broglie. Sheila Hicks was, met haar buitengewone gevoeligheid voor de ziel van wanden en muren de logische keuze om de aanvulling van wandtapijten en behangpapier aan toe te vertrouwen.
In haar werk “verlaat het tapijt de wanden om tot kunst te worden verheven”.
Zij weet het materiaal textiel met een fenomenale virtuositeit te gebruiken,, zoals een schilder zijn gouache gebruikt.
Elke creatie is voor haar een reis, een ontdekkingstocht die zij aangaat met de kleurrijke klossen en gigantische bollen wol en linnen, die zij overal waar ze naartoe gaat met zich mee neemt en waarmee ze haar eigen eindeloos poëtische werelden weeft.
De monumentale installaties of fijn uitgevoerde collages en weefsels van wol of linnen komen voort uit dezelfde kleurwetenschap van deze bewonderenswaardige kunstenares, die alle textieltechnieken die in de wereld bestaan tot in de perfectie heeft leren kennen tijdens haar vele ontdekkingsreizen.
In 2018 werkt de kunstenares voor het 2e jaar op Chaumont-sur-Loire, dit keer aan de appartementen van het Kasteel. Ze maakt hierbij gebruik van twee materialen: wol en papier, papier dik als een huid, een echo van het behangpapier van weleer, van muren en zielen die nog rondwaren in deze vertrekken die zoveel gasten, levens en geesten voorbij hebben zien komen.
Papier van zijde, van bamboe, wol en ontwerpen zijn in dialoog met de verweerde muren, het bladderende behangpapier en geven geheimen bloot, verborgen verhalen die ons terug in de tijd leiden om de kleur van het verleden terug te vinden.
“Ze denkt lang na over de ruimte die zij aan moet kleden, over de materialen en de kleuren die ze wil gebruiken. Op het moment dat ze de combinatie vindt tussen de ruimte en de sfeer van de installatie komt ze in een fase waarin er sprake is van uitvinden, van daadwerkelijke creativiteit. Ze zal vervolgens alle middelen inzetten, alle voorwerpen, bouwkundige elementen of vergankelijkheidsaspecten van een muur betrekken in haar creatie. Ze volgt haar instinct om een opstelling op te bouwen die leunt op zowel haar eigen verbeelding als die van de toeschouwer en waarin de bestaande orde op poëtische wijze op zijn kop gezet wordt. Ze voelt aan, ze weet wat er moet komen, wat er gedaan moet worden, geleid door haar instinct en de lange ervaring van een absoluut oog. Zoals men spreekt van een absoluut gehoor, zo heeft zij een absolute blik, het oog van de meester dat direct het geheel van opstelling en de potentiële kleurinvulling ervan voor zich ziet.
Ze vindt inspiratie in een schilderij, of in elementen uit de natuur en geeft vervolgens vorm aan de ideeën en visioenen die door haar verbeelding spelen.
Met ongewone materialen, zoals zeer dicht geweven stoffen met intense kleuren in de ondergronds gelegen vertrekken van het kasteel en kostbaar behang in de appartementen van de bovenste etage, gaat ze een poëtische dialoog aan met de individuele ruimtes van het monument.
In deze ondergrondse ruimtes van het Kasteel, creëert ze ook indrukwekkende donkerrode lopers die op theatrale wijze het “kantoor” aankleden, uitvloeiend over de vloer, opgerold en geplaatst als schaakstukken". Het naastgelegen spectaculaire purperen “open gordijn” onderstreept in een magistrale ontmoeting de krachtige verticaliteit van de balken van Jannis Kounellis.
Maar ze verzint de verhalen ook zelf, in de aangrenzende “slagerij”, verbergt een mysterieus vallend ultramarijne installatie een deur naar een denkbeeldige tunnel, spelend met het licht van de kijkgaten die zij “geheime doorgangen” noemt.
Ze mengt in de “eetzaal”, “meren” van zand- en okerkleurige linten, die overgaan in de textuur van de stenen.
Onder de daken van het kasteel, in de oude Gastenvertrekken, gebruikt ze fiere effen kleurstellingen, zoals die van vaandels, om de triomf van de kleur uit te dragen. Ook laat ze “de hemel neerdalen in de schoorsteen". Gevoelig voor de subtiliteit van tinten, combineert ze het grijs van blootliggende oude muren met verfijnd bleekroze Koreaans papier. Ze creëert een “trillende muur” die vibreert wanneer er bezoekers langslopen, in de ruimte waar ze oud bladderend behangpapier aantreft, gescheurd en beroerd door de tand des tijds.
In de kamer die ze “betovering” noemde, combineerde ze geraffineerd flarden van stoffen en weefsels alsof ze er altijd al aanwezig waren, een verbinding vormend met het gewelf en zo bijdragend aan het mystieke van de ruimte.
Ze laat nooit de draad van haar gedachten en de klos die ze altijd in haar handen houdt los, ze plaatst en projecteert, op vloeren en wanden, elk denkbaar type stof en wol Ze voert een dialoog met de geschiedenis en de bouwkunst en creëert omgevingen, eigen werelden. Ze accentueert de sfeer van ruimtes die al een inspiratiebron vormden voor Sarkis en Gabriel Orozco, en is, net als deze kunstenaars, gevoelig voor de ziel die is blijven rondwaren, de onzichtbare tekens afkomstig uit een ander tijdperk.
Maar geen weerschijnsel, nuance of licht is haar vreemd. Ze ontvouwt met schijnbare eenvoud, de volledige waaier van mogelijkheden van materiaal en kleur.
Zonder de directe boodschap prijs te geven, altijd voor meerdere vormen van uitleg vatbaar, roepen de installaties van Sheila Hicks een geheime wereld op die de kunstenares in onze ziel laat opborrelen en wortelen." Chantal Colleu-Dumond
BIOGRAFISCHE GEGEVENS
Sheila HICKS
VERENIGDE STATEN

Sheila Hicks au Domaine de Chaumont-sur-Loire, 2018 - © Éric Sander
Sheila Hicks (geboren in 1934 in Hastings, USA) woont en werkt sinds 1964 in Parijs).
De Amerikaanse kunstenares Sheila Hicks komt voort uit een lange traditie van moderne kunst die het abstracte verbindt aan talloze andere disciplines. In haar textielwerk dat de grenzen tussen schilderkunst en beeldhouwkunst doet vervagen grijpt ze terug naar de traditie van ambachtelijke textieltechnieken. Nadat zij op Yale leerling was van Josef Albers, begint zij met vezels te werken ten tijde van een reis door Zuid-Amerika van 1958 tot 1959, waarbij ze de ambachtelijke werkwijzen bestudeert van Colombia, Chili, Peru en Bolivia. Vezels zullen het belangrijkste materiaal van haar kunstwerken worden. Sheila Hicks ziet haar werk, gevoed door haar reizen en door de culturen die zij bestudeerde, als een proces dat een daadwerkelijke interactie tussen haar werken en de toeschouwer tot resultaat heeft, net als met de bouwkunst waarin ze gepresenteerd worden.
SHEILA HICKS