DE GROTE STAL

published at 25/07/2017

De grote stal zelf is onderverdeeld in verschillende ruimtes: stallen voor de tuigpaarden, boxen voor de volbloeden, keuken en zadelmakerij, galazadelmakerij, hal, rijtuigstallingen, overdekte manege, ponystallen.

In de stal van de halfbloeden staan de tuigpaarden die de rijtuigen moeten voorttrekken. Deze bestaat uit stallen waarin de dieren vastgemaakt zijn wanneer ze niet ingespannen zijn. De binneninrichting van dit gebouw is sinds 1877 intact gebleven: de stallen, de cartouches met de naam van de paarden, banken, gietijzeren troggen en drinkplaatsen met een polychrome geëmailleerde gietijzeren plaat erboven, messing bollen en haken, booglampen. De houten wanden zijn voorzien van kokosmatten die verhinderen dat de paarden zich aan de flanken bezeren. Tegen de stalmuur, in een gebeeldhouwd houten kader, geeft een paneel met het werkrooster voor elk uur van de dag aan welke taken de stalknechten en de staljongens moeten uitvoeren.

Achter de stal van de tuigpaarden bevinden zich de boxen van de rijpaarden. De rijpaarden zijn volbloeden en nerveuzer dan tuigpaarden. Elk heeft zijn eigen box waarin het zich vrij beweegt. De muren waren oorspronkelijk bedekt met een wandbekleding uit gevernist hout die in de jaren 50 werd verwijderd. De lage deuren waren bekleed met beschermingstapijt om te voorkomen dat de paarden hun knieën beschadigden. Via een nauwe gewelfde galerij die onzichtbaar is vanaf de buitenkant en achter de boxen ligt, kon het personeel zich gemakkelijker en zonder belemmering van de keuken naar de stal van de tuigpaarden begeven.

De grote binnenplaats geeft ook toegang tot de keuken en de zadelmakerij. Deze grote zaal, met houten bekleding op drie muren dient tegelijkertijd als werkzadelmakerij waar de mannen in de winter het tuigwerk na elk gebruik onderhouden (uit elkaar halen, schoonmaken, drogen, invetten, in elkaar zetten) en als keuken waar de "mash" (voeding op basis van gekookte graangewassen) van de paarden bereid wordt. Twee booglampen, die zich oorspronkelijk onder de hal bevonden, lijken op die van de opera Garnier en het stadhuis van Parijs en tonen hoe modern de stallen zijn die al in 1898 over elektrische verlichting beschikken.

Naast de werkzadelmakerij bevindt zich de galazadelmakerij. Deze ruimte, die intact is sinds het einde van de 19e eeuw evenals de grote collectie tuigwerk, stalen voorwerpen en zwepen die ze bevat, wordt vandaag als één van de mooiste zadelmakerijen van Frankrijk beschouwd. Alle voorwerpen van de leerlooierij en de zadelmakerij zijn afkomstig van de belangrijkste huizen die in de 19e eeuw actief waren: Hermès, Clément, Adler, Adam... De presentatie van het verschillende tuigwerk, sportief met borsttuigen of belletjes, van gala tot Engelse halsbanden met vergulde bronzen versieringen, tot pony's, enkel of dubbel, dat rondom de zadelmakerij is opgehangen, komt overeen met een traditionele wijze waarop deze voorwerpen die veel plaats innemen en complex zijn, werden opgeborgen.

Door haar centrale ligging en haar grote afmetingen is de hal het hart van de stal. Haar brede dak biedt in elk seizoen een schuilplaats die het werk van de mannen vergemakkelijkt. Na elk gebruik worden de rijtuigen gewassen, de paarden afgedoucht, installeert de stalmeester er zich om hen te beslaan, worden de paarden er vastgemaakt om hun tuigen aan te doen die van de aanpalende zadelmakerij komen. De klok geeft het verloop aan van alle activiteiten (de paarden roskammen, borstelen, zadelen, het livrei aandoen) en het bord met het werkrooster geeft voor elk personeelslid (piccolo, postiljon, koetsier, stalknecht, ...) de richtlijnen die gedurende de hele dag uitgevoerd moeten worden.

Volgen twee stallingen voor rijtuigen. In de eerste staan vier voertuigen die aan de familie de Broglie toebehoorden, in de tweede stalling staat een Gala Berline.

In een hoek van het plein is er een kleine overdekte manege met een diameter van twaalf meter waar paarden aan de halster werken onder het toeziend oog van prins Henri-Amédée de Broglie en zijn genodigden die comfortabel geïnstalleerd zijn in de cirkelvormige galerij boven de piste. Om deze manege te bouwen, gebruikt architect Paul-Ernest Sanson de onderstructuur van de aardewerk- of glasoven van de fabriek die door Jacques-Donatien Le Ray werd opgericht. Alleen de muren boven de gaanderij maken deel uit van deze oven aangezien het grondniveau sindsdien verlaagd werd. Het onderste gedeelte van de muren is het werk van Sanson evenals de afdekking en het dak in peperbusvorm.

Daarnaast bevindt zich de stal voor de pony’s. Deze bestaat uit vier boxen in de hoeken van de stal en drie stallen die tussen de twee boxen van de noordmuur geplaatst zijn. Deze stal is in zijn oorspronkelijke staat bewaard gebleven met zijn wandbekledingen, tussenschot, voederbakken en ruiven en biedt dezelfde luxe als de stal van de tuigpaarden. Het enige verschil is dat de boxen individueel gesloten zijn door deuren met een veiligheidssysteem waardoor de dieren de deuren onmogelijk kunnen openen en ze zich niet aan de hendels kunnen verwonden.