HET HISTORISCH PARK

published at 25/07/2017

Het park van Chaumont is vrij recent aangelegd in vergelijking met de geschiedenis van het kasteel zelf. Tot in de jaren 1880 zag het terrein er helemaal anders uit.

Op de plaats van het huidige park lagen tegenover het kasteel het dorp dat bestond uit twee gehuchten (de dorpjes Places en Frédillet) met 113 huizen, de kerk en de pastorie, gelegen aan de voet van de saint Nicolastoren en het kerkhof achter de gehuchten.

Enkele gazons en bloemperken, doorsneden met paden vormen de enige tuinarchitectonische juwelen van het kasteel.

Toch waren bepaalde elementen al aanwezig voordat het landschapspark werd aangelegd. Een deel van de erelaan met kastanjebomen in het zuidoosten van het park, en een rij linden aan de zijkant van het kasteel dateren uit de 18e eeuw. Ook werden er enkele ceders al geplant door graaf Aramon, kasteeleigenaar van 1830 tot 1847.

Henri Duchêne, landschapsarchitect, zorgt voor een radicale transformatie van het terrein tot een enorm lustpark in landschapsstijl, ook wel Engelse stijl genoemd. De werkzaamheden duren van 1884 tot 1888 en kosten bijna 560 000 toenmalige goudfranken. De compositie die door de landschapsarchitect wordt uitgedacht, biedt het kasteel het juweel en de meerwaarde die het voordien niet had.

Om het park aan te leggen, koopt prins Henri-Amédée de Broglie vanaf 1884 alle gebouwen die voor het kasteel liggen en laat deze afbreken. Hij financiert daarna de wederopbouw van een nieuw dorp aan de oevers van de Loire. De huidige kerk en de pastorie worden op in diezelfde tijd ontworpen op basis van de plannen van architect Paul-Ernest Sanson. Zelfs het kerkhof wordt verplaatst.

Door het systeem van golvende lanen kan men doorlopend wandelen en genieten van de mooie uitzichten. De zogenaamde ringlaan loopt langs de omtrek van het park en laat iedereen van de uitgestrektheid van de tuin genieten. Er komen secundaire lanen op uit die een doordachte combinatie vormen van raaklijnen, cirkels en krullen die de wandeling verlengen of naar welbepaalde elementen leiden. Er zijn acht perspectieven te bewonderen waarvan er vijf bij de ingang van het kasteel samenkomen. In de winter zorgen de winterharde soorten ervoor dat deze tracés en de contouren van de bosjes bewaard blijven. De verschillende boomsoorten werden gekozen om, in het bijzonder in de herfst, harmonieuze kleurenpaletten te vormen. Het donkere groen van de ceders die rond het kasteel geplant zijn, geeft een mooi contrast met de lichte steen. De meest opmerkelijke bomen zijn als solitair geplant. Daarbij maakt de compositie van Duchêne gebruik van elementen uit de omgeving. Door handige perspectieven worden de Loire en de uitgestrekte landbouw- en bosgronden waaruit het domein van de Broglie opgebouwd is, erin betrokken.

Het park beschikt bovendien over diverse gebouwen:

Het reservoir, ook "watertoren" genoemd, wordt direct nadat het domein is aangekocht gebouwd, al voor de komst van landschapsarchitect Henri Duchêne. Vervolgens maakt de architect er een landschapselement van door het in een groep van bomen en struiken te verwerken. In deze periode is de belangrijkste functie van de watertoren de eerste moestuin in de nabijheid te bevloeien. Dit gebeurt met de pompen die geïnstalleerd zijn in een huis van het dorp, dat het water rechtstreeks uit de Loire pompt. Aangezien de metalen kuipen vandaag buiten gebruik zijn, wordt de watervoorraad die nog altijd uit de Loire gepompt wordt, sinds 1987 ondergronds in een reservoir aan de voet van de watertoren opgegraven op een open plek tussen de bomen, die er oorspronkelijk niet was.

De pittoreske of "rustieke" brug die het ravijn overspant dat het lustpark scheidt van het Goualoup gedeelte, is het grootste bouwwerk van het park. In het eerste project van het park voorziet Henri Duchêne een brug die er helemaal anders uitziet: een hangbrug uit één stuk die de weg en het ravijn overspant. Uiteindelijk weigert het prinsenkoppel het eerste project en bestelt bij de landschapsarchitect de brug die we momenteel zien.

De prinses de Broglie laat het hondenkerkhof aanleggen omdat ze van dieren houdt en wil dat ze (honden, apen, katten, ezels) in de buurt van haar kasteel begraven liggen. De plek die gekozen wordt, is de vroegere plaats van het dorpskerkhof dat hier sinds 1788 lag. Bij de aankoop van het domein in 1875 onderhandelt het koppel de Broglie over de verplaatsing van het gemeentelijke kerkhof. Dit nieuwe kerkhof wordt ingericht van 1881 tot 1883 en wordt vanaf deze datum in dienst gesteld, zelfs voor de werkzaamheden voor de aanleg van het park aanvangen. De lichamen worden in 1893 opgegraven en vanaf dat jaar laat de prinses de Broglie het hondenkerkhof op deze plaats inrichten. Dit vroeger omheinde kerkhof telde een twintigtal graven met voor elk graf een bloembak (vandaag tellen we er achttien). Over drie rijen verdeeld op verschillende plaatsen van het bosje, hebben deze graven voor het merendeel opschriften die door de prinses de Broglie gegraveerd zijn en echte gedichten vormen ter nagedachtenis van haar lievelingsdieren.