VAN DE MIDDELEEUWEN TOT DE RENAISSANCE

published at 25/07/2017

Het kasteel van Chaumont-sur-Loire werd in de 10e eeuw door Eudes I, graaf van Blois gebouwd om de grens te bewaken tussen de graafschappen Blois en Anjou, dat in het bezit was van Fulco III Nerra (978-1040).

De Normandische ridder Gelduin krijgt Chaumont en laat de vesting versterken. Zijn zoon en opvolger Geoffrey, die kinderloos blijft, benoemt zijn nichtje Denise de Fougères als zijn erfgename. In 1054 trouwt zij met Sulpice I d'Amboise. Het kasteel blijft vervolgens vijf eeuwen lang in handen van de familie D’Amboise.

Lodewijk XI laat Chaumont in 1465 platbranden en met de grond gelijkmaken om Peter I van Amboise te straffen, die betrokken was bij de een samenzwering van edelen tegen de koning (‘Ligue de Bien Public’). Hij krijgt zijn land weer terug nadat hem gratie is verleend. Hij startte met de wederopbouw van het kasteel, met hulp van zijn zoon Karel I. Vervolgens zet Karel II het werk voort, geholpen door zijn oom kardinaal Georges d'Amboise. Deze invloedrijke familie die nauwe banden met de machthebbers had kende haar hoogtijdagen tijdens het bewind van Lodewijk XII. Het was bovendien een familie van kunstliefhebbers en mecenassen, naar het voorbeeld van Georges d'Amboise en zijn neef Karel II van Amboise.

Georges d'Amboise, aartsbisschop van Narbonne en later van Rouen, werd eerst tot kardinaal en later tot pauselijk gezant bevorderd en was de vertrouwensadviseur van Lodewijk XII. Hij was een van de eersten in Frankrijk die de Italiaanse stijl doorvoert. De bouwwerkzaamheden van de kastelen Chaumont, Gaillon en Meillant werden onder zijn toezicht uitgevoerd.

Karel II van Amboise onderhield nauwe banden met de koning, die hem in 1503 bezocht, en werd benoemd tot gouverneur van Lombardije, maarschalk en later admiraal van Frankrijk. Hij was de eerste Fransman die een opdracht aan Leonardo da Vinci gaf, waarvoor deze in 1507 zijn leerling Andrea Solari naar Frankrijk stuurde.